Wees een man!

Bijna ex-minister van Buitenlandse Zaken. Halbe Zijlstra las zijn verklaring voor in de Tweede Kamer. De droombaan die hij maar een paar maanden had kunnen uitvoeren, gaf hij op.

Een persoonlijk drama. Een man in de bloei van zijn leven die een loopbaan van jaren opeens ziet afbrokkelen. Hij doet het. Het kost hem moeite. En iedereen kan dat zien.

Ik snap dat. Het lijkt me heel erg om je baan te moeten opgeven, ook al weet je dat er geen andere keus is. Ook al heb je iets gedaan wat je echt niet had moeten doen. Ook al heb je gelogen en ben je ongeloofwaardig geworden. Dat doet allemaal niets af aan de emotie die je voelt op dat moment.

Op de radio hoor ik vandaag de analyse van dat moment. Twee journalisten praten met elkaar over dat emotionele moment. De één, (een vrouw) vindt het eigenlijk wel mooi. Het raakt haar om te zien wie de mens in Halbe Zijlstra is.

Maar de ander moet er eigenlijk niets van hebben. Hij vindt het niet kunnen dat je op dát niveau je emotie laat zien. Iemand die internationaal ons land vertegenwoordigt, die op het hoogste level diplomatie bedrijft, die moet zijn emoties voor zich houden.

‘Wees een man!’, voegt hij er aan toe. ‘Als je dan de hele dag al weet dat je gaat aftreden, dan kun je je toch wel inhouden als je het aan de Kamer meedeelt.’

Dat raakt een open zenuw bij mij. En dit is waarom: deze journalist zet in slechts enkele woorden een wereld van ongeschreven regels en ideaalplaatjes neer die bepalen hoe het hoort. Luister even mee:

– de regel is blijkbaar dat je je mens-zijn in je privé-domein moet houden, en niet mag laten zien. Dat je rollen en menszijn niet mag vermengen.

– de regel is dat je geen goede diplomaat bent als je emoties toont;

– de regel is bovendien dat je je emotie in een dag verwerkt moet hebben. Als je er al een paar uur over hebt kunnen doen, dan moet je er geen last meer van hebben. Dan moet het toch wel over zijn.

– de regel is daarnaast ook dat mannen geen emoties tonen. Dat dat bij vrouwen soms gebeurt is blijkbaar nog tot daaraan toe, maar échte mannen doen dat niet.

Misschien mis ik er nog wel één. Zo snel, zo impliciet en zo sneaky zijn dit soort impliciete regels. Ze dicteren hoe we ons gedragen moeten in het openbaar, in ons privé-domein, in onze kringen op werk en thuis en met vrienden. ‘Zoiets doe je niet’.

Die regels zijn er niet alleen voor mannelijke ministers. Die zijn er ook voor werkende moeders. ‘Je brengt je kinderen niet vijf dagen naar de crèche’.

Of voor pubers op het schoolplein: ‘als je je ouders een knuffel geeft, dan ben je niet stoer’.

Of voor leidinggevenden in een managementteam: ‘als je het even niet meer weet, dan ben je niet slagvaardig’.

Dit soort regels wordt niet expliciet gemaakt en al helemaal niet ter discussie gesteld. We hebben er allemaal mee te maken. En het valt niet mee om je niets aan te trekken van zo’n regel.

Maar ondertussen bepalen die regels wél hoe we met elkaar omgaan. Wat je mag laten zien en wat liever niet. Wanneer je er bij hoort en wanneer je buiten de boot valt. Wanneer je geaccepteerd bent en wanneer toch niet.

Wie bepaalt dat eigenlijk? Wie heeft er belang bij dat die regels zo zijn? Waarom moet het eigenlijk op die manier?

Ik hoop dat er een tijd komt dat mannen ook emoties mogen laten zien. Dat diplomaten ook échte mensen blijken te zijn. En dat er geen termijn staat op het verwerken van emoties.

Maar bovenal hoop ik dat er meer aandacht en kritisch bewustzijn komt voor de ongeschreven regels waarop we elkaar beoordelen en veroordelen. Dat we accepteren dat we allemaal mens zijn en allemaal kwetsbaar zijn. Dat we er niets mee opschieten als we elkaar daar op afschieten.

Elkaar aanspreken op gedrag en op fouten die worden gemaakt, dat is goed en dat zou meer moeten gebeuren. Maar de identiteit van de ander ter discussie stellen op zo’n impliciete en diskwalificerende manier, daar worden we allemaal niet beter van.

Speel de bal, niet de man!

photocredit: andrew worley / unsplash

Comments are closed.